Overstappen naar private kwaliteitsborging levert een voordeel van honderden miljoenen euro’s op. Dat blijkt uit de maatschappelijke kosten-batenanalyse van het EIB.

Zowel gemeenten als de private sector behalen voordeel als het wetsvoorstel private kwaliteitsborging wordt ingevoerd. Volgens het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) vindt er een verschuiving plaats tussen gemeente en private kwaliteitsborgers en is er een verschil in de manier van kwaliteitsborging. Gemeenten toetsen vooral risicogericht en steekproefsgewijs. Private kwaliteitsborgers zullen, zo is hun verwachting, het risico niet willen lopen verantwoordelijk te worden gesteld voor gebreken door onvoldoende toezicht. De kosten zullen in eerste instantie dus oplopen.

Faalkosten verminderen en kwaliteit vergroten

De strakkere toetsing en het strikter toezicht leveren echter weer voordelen op. Kwaliteitsborging wordt daardoor een middel om de kwaliteit van de bouwwerken te vergroten, de faalkosten te verminderen en een bewijsmiddel om de deugdelijkheid van het bouwwerk aan te tonen om later juridische claims te vermijden. De economen vinden deze kwaliteitswinsten belangrijke maatschappelijke voordelen van het nieuwe stelsel die ook de legitimatie vormen om extra inspanningen in het kwaliteitsborgingsysteem aan te gaan. Alleen is het waarderen van deze kwaliteitswinsten niet eenvoudig. Ze schatten het effect behoedzaam op 420 miljoen euro. In een brief aan de Kamer laat minister Stef Blok weten deze maand de gesprekken met partijen te kunnen afronden.

Lees verder voor meer informatie over private bouwplantoetsing.