Minister Kamp heeft de Tweede Kamer laten weten toch te overwegen om de salderingsregeling aan te passen. Dit wil de minister doen naar aanleiding van het evaluatierapport ‘De historische impact van het salderen’. Het evaluatierapport en de bijbehorende brief kunt u vinden op de website van de Rijksoverheid.

Samenvatting van het evaluatierapport

Het onderzoeksrapport is tot stand gekomen met de inbreng van een groot aantal belanghebbende partijen, waaronder de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE), Holland Solar, Energie Nederland, Netbeheer NL, Aedes, Greenpeace, FME en Vereniging Eigen Huis. Deze evaluatie geeft bouwstenen voor de vormgeving van de stimulering van lokale hernieuwbare energie vanaf 2020.

De volgende effecten zijn onderzocht:

1. Investeringen in en groei van zon-PV

Mede door de salderingsregeling is het geïnstalleerde vermogen zon-PV bij kleinverbruikers sinds 2011 sterk toegenomen. De gemiddelde jaarlijkse groei betrof in deze periode 91%, tegenover een groei van gemiddeld 13% in de periode van 2004 tot 2011. De groei is naast de salderingsregeling ook te danken aan nationale en regionale subsidies en aan de sterke daling van de kosten van zonnepanelen.
Terugverdientijd is voor particulieren een belangrijke drijfveer om te investeren in zonnepanelen. Als gevolg van de degressieve tariefstructuur verbetert de salderingsregeling vooral de business case voor particulieren. Salderen heeft de terugverdientijd in 2015 verkort van 14 jaar naar circa 7 jaar. Woningbouwcorporaties accepteren in het algemeen langere terugverdientijden, maar er bestaan voor hen andere belemmerende factoren, zoals voldoende financieel voordeel voor de huurder en voldoende dakoppervlak. Salderen heeft de terugverdientijd voor bedrijven verkort van 17 jaar naar 10 jaar en het rendement vergroot van 4% naar 10%. Het onderzoek laat zien dat een financiële stimulans van de overheid nog nodig is om investeringen in lokale hernieuwbare energieproductie te stimuleren en de huidige groei te behouden.

2. Flexibiliteit en innovatie

PwC concludeert dat salderen de prikkel wegneemt voor kleinverbruikers om het eigen verbruik achter de meter te optimaliseren en daarmee het elektriciteitssysteem te ontlasten. Elke kWh opgewekte elektriciteit die een particulier niet direct zelf verbruikt, kan worden ingevoed op het elektriciteitsnet en op een willekeurig moment in dezelfde verbruiksperiode van 12 maanden weer van het elektriciteitsnet worden afgenomen tegen dezelfde prijs. Om deze reden heeft een particulier geen prikkel om te investeren in een batterij of in slimme energiemanagementsystemen om zoveel mogelijk van de zelf opgewekte elektriciteit achter de meter te verbruiken. Dit remt (toepassing van) innovatieve ontwikkelingen die het energiesysteem efficiënter en betrouwbaarder kunnen maken en kunnen bijdragen aan duurzame initiatieven.

3. Draagvlak voor hernieuwbare energie

PwC benoemt dat zon-PV een van de hernieuwbare energie-opties is die de meeste steun genieten onder de Nederlandse bevolking. Bovendien is zon-PV een van de populairste maatregelen voor de productie van hernieuwbare energie die particulieren zelf relatief eenvoudig kunnen toepassen. Investeringen in zon-PV kunnen het draagvlak voor verduurzaming vergroten. De exacte invloed van salderen is daarbij echter onduidelijk.

4. Effect op de CO2-uitstoot

PwC concludeert dat salderen tot op heden slechts in beperkte mate heeft bijgedragen aan de verduurzaming van de energiemix en daarmee aan de afname van de CO2-uitstoot in Nederland (0,5% in 2015). 5.

5. Kosten voor de overheid

PwC schat de gederfde energiebelasting en opslag duurzame energie (ODE) als gevolg van de salderingsregeling op 80 miljoen euro in 2015. De kosteneffectiviteit van de regeling is in het rapport op twee manieren weergegeven: enerzijds in euro’s per kWh geproduceerde hernieuwbare elektriciteit en anderzijds in euro’s per vermeden ton CO2-uitstoot op basis van het IBO-rapport kostenefficiëntie CO2-reductiemaatregelen. Op basis van de vergelijking in termen van euro’s per ton vermeden CO2-uitstoot blijkt de salderingsregeling met 269 euro per Mton CO2 een relatief dure regeling. Voor grootschalige zon-PV in de SDE+ is dat 159 euro per Mton CO2.

6. Groei van werkgelegenheid

PwC concludeert dat salderen heeft bijgedragen aan de groei van zon-PV in Nederland en daarmee waarschijnlijk aan de groei van de werkgelegenheid in deze sector.

20170116Zonnepaneeldak2
Stimulering lokale hernieuwbare energie vanaf 2020

Voor de vormgeving van het instrumentarium voor de stimulering van lokale hernieuwbare energie vanaf 2020 hanteert Minister Kamp de volgende uitgangspunten. De regeling dient:

  • een toekomstbestendige en kosteneffectieve stimulans te bieden voor de kleinschalige productie van hernieuwbare elektriciteit;
  • stuurbaar te zijn (de hoogte van de stimulans kan aangepast worden, bijvoorbeeld naar aanleiding van veranderingen in de kostprijs van zon-PVsystemen);
  • gebouweigenaren met een kleinverbruikersaansluiting voldoende investeringszekerheid te bieden;
  • toegankelijk en begrijpelijk voor particulieren en bedrijven te zijn;
  • uitvoerbaar te zijn;
  • voor een voldoende stabiele groei van de markt voor zon-PV te zorgen;
  • voor zover mogelijk optimaal ruimtegebruik voor de productie van hernieuwbare energie te stimuleren; en zo min mogelijk marktverstorende effecten te hebben en voor zover mogelijk nieuwe ontwikkelingen, onder andere om toekomstige lasten voor het elektriciteitssysteem te beperken, zoals opslag en ICT ontwikkelingen, niet te belemmeren.

Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet opslag duurzame energie in verband met de vaststelling van tarieven voor 2017 op 17 november jl. heeft het lid Mulder (CDA) verzocht om huishoudens die salderen ook te laten meebetalen aan de ODE. Bij de vormgeving van de stimuleringsregeling vanaf 2020 zal dit aspect meegenomen worden in de overwegingen.

Minister Kamp zal in het voorjaar van 2017 de Kamer informeren over de resultaten van de doorrekening van de varianten en het besluit over de stimulering van lokale hernieuwbare energie vanaf 2020.