Bron: RVO.nl - MilieuPrestatie Gebouwen

De MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen, die in een gebouw worden toegepast. Het gaat hierbij om nieuwbouwwoningen en nieuwe kantoorgebouwen die groter zijn dan 100m².
 
De MPG is een belangrijke maatstaf voor de duurzaamheid van een gebouw. Hoe lager de MPG, hoe duurzamer het materiaalgebruik. De milieuprestatie van materialen van gebouwen (MPG) zal ook een steeds belangrijkere factor worden in de totale milieubelasting van een gebouw. De MPG is een objectief hulpmiddel in het ontwerpproces en het kan gebruikt worden om in een Programma van Eisen om het resultaat van een ontwerpproces vast te leggen.
 
Het toepassen van bijvoorbeeld gerecyclede vloerbedekking geeft een gebouw een duurzame uitstraling en is een belangrijk communicatiemiddel. Een MPG-berekening laat echter zien dat de duurzaamheid van de vloer onder de vloerbedekking een veel groter effect op de milieubelasting heeft.

MilieuPrestatie gebouw berekenen

De milieubelasting van materialen kan worden uitgerekend. Hiervoor wordt een MPG-berekening (MilieuPrestatie Gebouwen) gebruikt. Omdat de EPG steeds lager wordt, wordt de MPG van een gebouw steeds belangrijker als maat voor de duurzaamheid. Een belangrijk aandachtspunt is dat maatregelen die gunstig zijn voor de EPG, ongunstig kunnen zijn voor de MPG en omgekeerd.

Dikkere isolatie of zonnecellen verbeteren bijvoorbeeld de EPG, maar verslechteren de MPG. De milieubelasting van het produceren van een zonnecel is hoog en verhoogt daardoor de MPG. Omdat met een zonnecel elektriciteit wordt geproduceerd, wordt de EPG lager. Over de totale levensduur van een zonnecel, wordt genoeg energie opgewekt om de milieubelasting van de productie te compenseren.

Levensduur en schaduwkosten van materialen

De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen, die in een gebouw worden toegepast. Voor het grootste deel is dit het materiaal wat nodig is om het gebouw te bouwen.
Materialen worden echter ook onderhouden en vervangen gedurende de levensduur van een gebouw. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de functie van het materiaal. Installaties worden bijvoorbeeld een aantal keer gedurende de levensduur van een gebouw vervangen, kozijnen en muren moeten periodiek worden geschilderd. Ook het type materiaal is belangrijk. Zo zal Europees naaldhout gemiddeld sneller vervangen moeten worden dan (tropisch) hardhout.
 
Materialen die langer mee gaan, hebben niet altijd een lagere milieubelasting. Tropisch hardhout gaat bijvoorbeeld wel langer mee dan Europees naaldhout. De milieubelasting van hardhout is echter veel hoger dan die van Europees naaldhout. De reden hiervoor is dat voor de winning van tropisch hardhout natuur wordt verwoest.
 
Ook als het hout een FSC-keurmerk heeft, is de milieubelasting van tropisch hardhout hoger dan van Europees naaldhout. Dit komt omdat er meer grondstoffen nodig zijn om het hout te produceren en omdat er veel meer milieubelasting door transport is. Al deze aspecten, en meer, worden meegenomen in een MPG-berekening.
 
Om de MPG overzichtelijk te houden, worden alle verschillende manieren waarop het milieu wordt belast samengevoegd in één waarde: de schaduwkosten van een materiaal. Dit zijn de kosten die gemaakt moeten worden om de schade aan het milieu, door het materiaalgebruik, ongedaan te maken. Voor een gebouw worden al deze kosten over de gehele levensduur opgeteld en gedeeld door de levensduur en de oppervlakte van het gebouw.

Hoe reken je een MPG uit

Om de milieubelasting van een enkel materiaal te bepalen, wordt een LevensCyclusAnalyse (LCA) uitgevoerd. De LCA moet wordt uitgevoerd door een gekwalificeerde deskundige. De LCA resulteert in 11 indicatoren voor de milieubelasting van een product. Deze 11 indicatoren worden samengevoegd tot één waarde: de schaduwkosten per eenheid van het product (kg, m3, m2 o.i.d.).
 
Het is niet nodig om steeds opnieuw een LCA van hetzelfde product/materiaal uit te voeren. Voor Nederland worden de kenmerken van materialen uit de LCA’s verzameld in de Nationale MilieuDatabase (https://www.milieudatabase.nl). Deze database wordt beheerd door het Instituut BouwKwaliteit (IBK). Een producent of leverancier moet er zelf voor zorgen dat een product in de NMD wordt opgenomen.
 

De MPG van een gebouw is de som van de schaduwkosten van alle toegepaste materialen in een gebouw. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met de materialen die worden vervangen tijdens de levensduur van het gebouw. De totale som wordt gedeeld door de levensduur en door het bruto vloeroppervlak van een gebouw. De MPG wordt vervolgens uitgedrukt in de schaduwkosten per vierkante meter bvo per jaar.

Om een MPG uit te rekenen, moet elk materiaal in een ontwerp worden geïdentificeerd en moet worden bepaald hoeveel er van wordt toegepast. Ondanks dat in de softwarepakketten veel met standaardproducten gewerkt kan worden, kost het goed uitrekenen van de MPG relatief veel tijd.
De rekenregels zijn gedefinieerd in de EN 15978. Programma's waarmee u de MPG kan berekenen:

Praktijkwaarden MPG-berekeningen

Onderzoek uitgevoerd onder gemeenten, laat zien dat voor nieuwe woningen de schaduwprijs varieert tussen 0,30 en 0,65 € €per m2bvo per jaar. Een waarde van 0,70 € per m2bvo per jaar wordt in Breeam gebruikt als referentiewaarde. Er wordt nagedacht over het maken van labels voor de MPG. Label A zou kunnen gelden voor een schaduwprijs <0,22 €. Label B bij een schaduwprijs 0,22 - 0,43 € en label C 0,43 -0 0,65 €.
 
Over de schaduwprijs van nieuwe kantoren is minder bekend. De schaduwprijzen zijn hoger dan bij woningen. Deze liggen tussen de 0,70 en 1,10 € per m2bvo per jaar. Bij kantoren wordt 0,90 € per m2bvo per jaar als referentiewaarde aangehouden.
 
Gebouwdelen die de grootste bijdrage aan de MPG leveren zijn gevels, vloeren en installaties. In totaal is dit vaak 60% tot 80% van de MPG. Een en ander kan echter sterk variëren, afhankelijk van de geometrie en het installatieconcept.

MPG in duurzaamheidinstrumenten en duurzaamheidconcepten

De MPG maakt integraal onderdeel uit van de belangrijke duurzaamheidinstrumenten. In Breeam-NL is de MPG-berekening opgenomen in MAT 1. In totaal kunnen met MAT 1 maximaal 8 credits worden behaald. De 8 credits worden verkregen als de schaduwprijs 60% onder de referentiewaarde ligt. Ook in het instrument GPR is de MPG integraal opgenomen. Het onderdeel milieu uit GPR bestaat voor 60% uit de MPG-berekening. De berekende MPG wordt vergeleken met de MPG van een gebouw die gebouwd is volgens een standaardniveau.
 
Duurzaamheidsconcepten waarbij het energiegebruik centraal staat, houden geen rekening met de MPG. Dit zijn concepten als Energieneutraal bouwen, Passief bouwen, Active house, nul-op-de-meter, etc. Vaak verslechtert de MPG door de toepassing van meer materiaal en bijzondere installaties.
 
Circulair bouwen en Cradle to Cradle bouwen, hebben als basis dat materialen hergebruikt worden. In een gebouw dat volgens deze principes wordt gebouwd, worden dus veel hergebruikte materialen toegepast. Bovendien kunnen toegepaste materialen eenvoudig worden vervangen en hergebruikt. Met name het gebruik van herwonnen grondstoffen heeft een sterk positief effect op de MPG. De milieubelasting van dit soort materialen is tenslotte zeer laag.
 
Bij ecologisch of biologisch bouwen, is het uitgangspunt dat vooral natuurlijke, hernieuwbare materialen worden toegepast. Deze producten kunnen een lage milieubelasting hebben ten opzichte van alternatieven. Dit geldt bijvoorbeeld voor kozijnen van Europees naaldhout in vergelijking met aluminium kozijnen. Soms is de milieubelasting van deze materialen echter hoger dan van traditionele materialen. Zo is de milieubelasting van wol als isolatiemateriaal relatief hoog, vanwege de uitstoot van methaan door schapen.

Het controleren van een MPG-berekening

Om te controleren of een MPG-berekening goed is uitgevoerd, moet naar een aantal aspecten worden gekeken. Het is daarbij belangrijk om in ogenschouw te nemen, welke aspecten de grootste bijdrage aan de MPG leveren. De MPG moet gecontroleerd worden aan de hand van de ontwerptekeningen, de oppervlaktestaat, de materialenstaat en de EPG-berekening.

Belangrijk en eenvoudig om te controleren zijn de gebruiksfunctie en het bruto vloeroppervlak van een gebouw. Daarnaast is het belangrijk om te controleren of voor alle gebouwonderdelen (voldoende) materialen zijn ingevoerd.
 
Voor de gebouwdelen die normaliter de grootste bijdrage aan de MPG leveren, is het belangrijk om wat meer gedetailleerd de invoer te controleren. Dit zijn de volgende gebouwdelen:

  • Gevels - controleer of de opbouw juist is ingevoerd, controleer tevens of de oppervlaktes van de dichte en open geveldelen juist zijn.
  • Vloeren - controleer of de opbouw juist is ingevoerd: controleer tevens de oppervlaktes.
  • Installatieconcept - controleer of alle ontworpen installaties aanwezig zijn en of bijvoorbeeld ook PV-cellen zijn ingevoerd.

Eventueel kan steekproefsgewijs gecontroleerd worden of andere onderdelen goed zijn ingevoerd. Bijvoorbeeld de opbouw en het oppervlakte van de binnenwanden, de opbouw van de daken, etc. Het is belangrijk om te realiseren dat ten tijde van de omgevingsvergunning voor bouwen, meestal nog niet alle onderdelen van de MPG-berekening helemaal vastliggen. Een deel van de beslissingen die de invoer mede bepalen worden pas gedurende de besteksfase of realisatiefase besloten.

Neem contact op

Wilt u meer informatie ontvangen over onze diensten, laat het ons weten. 
U kunt ons bereiken op: 

Telefoon: 0593 - 541045 
WhatsApp: 06-83808465
of e-mail: info@invent.nl